Historiek

De toneelvereniging "Zucht naar Kunst" werd gesticht te Wetteren op woensdag 20 oktober 1898 in het lokaal "Sinte Cecilia". Een jaar later zal verhuisd worden naar de nieuwe toneelzaal met café: Het Werkmanshuis - De Eendracht, door de familie Belpaire geschonken aan de parochiale werken ten gebruike van de christelijke arbeiders.

De naam "Werkmanshuis - De Eendracht" zal gebruikt worden tot in 1914, daarna vermeldt men enkel "Werkmanshuis". De naam "De Eendracht" zal later, bij de stichting van de harmonie overgenomen worden.

Op de algemene vergadering van 31 oktober 1898 werd de heer Pol Caekebeke tot voorzitter verkozen.
Op zondag 11 december werd voor de eerste maal gespeeld. Werden opgevoerd:
DE ONVERWACHTE BELEGERING, blijspel in één bedrijf en DE DANSZIEKTE.

Reeds van bij de start lag het in de bedoeling van de stichters ten minste tweemaal per jaar op te treden, met septemberkermis en rond het hoogfeest van de christelijke arbeiders "Rerum Novarum". Daarnaast zouden de gebruikelijke feesten opgeluisterd worden met komische eenakters en zangspelen.

Vanaf de stichting kende de toneelgroep een bloeiende periode die zal duren tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914.

Niet alleen in eigen toneelzaal en voor het eigen publiek werd gespeeld maar de acteurs gaven ook voorstellingen op Wetteren-ten-Ede, Overschelde, Boskant en Kwatrecht.

Van de stukken die wij konden terugvinden vermelden wij, als sterk geëngageerde Rerum-Novarumstukken: DOODGEDRONKEN (1899), EEN HELD (1908), FAMILIE-EER (1900 en 1911), VERGETEN EN VERGEVEN (1912)...

Naast het "drama" werd dezelfde avond een blijspel gespeeld. Teruggevonden zijn: DUIVE (Julius Wytinck) 1899, LASTIGE BUREN (Lod. Scheltjens) 1899, SPOKEN OF DIEVEN (J. Wytinck) 1899, TWEE UUR HERBERGIER (J. Wytinck) 1900...

Onder de oorlog van 1914-1918 werden waarschijnlijk geen toneelvoorstellingen gegeven. Mobilisatie van de acteurs en bezetting van de toneelzaal zullen daarvan de oorzaak geweest zijn. Onmiddellijk na de oorlog startte de toneelkring opnieuw en werden een lange reeks van stukken opgevoerd. Een nieuw hoogtepunt werd intens beleefd: IN DE WACHTZAAL VAN DE SPOORHALLE (1920), LEVENDE DODEN (1921), TANRA LO (1921)...

In de archieven van meester Maurice De Wulf (leider en archivaris) vonden wij ondermeer nog : DE ZOON VAN DE WERKSTAKER (J. Geertsen), BOMMERSHOF IN OPSCHUDDING (Piet Mossinkoff), STROOPERS IN DEN KERSTNACHT (Jan Vuysters), DE HAND VAN GOD (Robrecht Buyse), OFFERANDE (Jan Grosfeld), HARDE STRIJD (Constant Wemers) 1924, ROBRECHT VAN EINE (?), DE WONDERDOKTOOR (Jos Janssen), DE NORMANDISCHE HAAN (Jac. Braun), VISSCHERSKINDEREN (B.A. Odijk), HAAR ZEGEN (Jac. Ballings), DE OVERKANT (Leo Post en Frits van Duinen), ALS DE SIRENE GAAT (Jac. Braun), DE HAGEMSE FILOSOOF (Jef Scheirs)...
De oorlog van 1940-1945 en de herhaalde mobilisaties die eraan vooraf gingen drukten hun nefaste stempel op de werking van "Zucht naar Kunst". Er kwamen zelfs afscheuringen en veel van de beste acteurs vertrokken naar andere groepen die zich lokaliseerden in "De Katholieke Kring", "De Middenstand" en "Sint-Hubertus". Maar "Zucht naar Kunst" recupereerde jonge acteurs in de jeugdbewegingen en speelde of organiseerde: OVER TWAALF DAGEN TEGEN MIDDERNACHT (gastvoorstelling) 1943, DE BLINDE (Constant Lindemans) 1944, PASSIO CHRISTI (Anton Van de Velde) 1945, BARABAS (Michel de Ghelderode) 1946...

In 1947-1948, onmiddellijk na de bevrijding, werkte "Zucht naar Kunst" mee aan "WETTHRA", het grootse massaspel dat in Wetteren zou gespeeld worden, een volksspel, de "Geschiedenis van Wetteren". Duizenden toeschouwers uit alle hoeken van Vlaanderen, zouden naar de Markt van Wetteren afzakken om daar, in de schaduw van de majesteuze parochiekerk, de geschiedenis van Wetteren en van heel Vlaanderen te aanschouwen. Leden van "Zucht naar Kunst" speelden een belangrijke rol in dit feestelijk gebeuren; technici en symphatisanten van "Zucht naar Kunst" werkten mee aan dit groots spektakel.
In 1952 volgde een tweede reeks opvoeringen.
Een derde reeks opvoeringen werd verwezenlijkt in 1992 met opnieuw de volledige medewerking van "Zucht naar Kunst" in bewerking van Gaston Van der Gucht.

Na de oorlog van 1940-1945, onder impuls van Marcel Crombeen en Steven Daem, zou "Zucht naar Kunst" opnieuw naar een rijke periode toegroeien. Staf Bruggen werd vast regisseur en men speelde onder andere: REINAERT DE VOS (Paul De Mondt), BAZIN EN KNECHT (Opdebeek), DE KERSTNACHT VAN MISTER SCROOGE (Ibsen), DE SPOOKTREIN, LAAT HUN LAMPJES BRANDEN (De Gendt)

Toen werd het stil rond "Zucht naar Kunst", tot Gaston van der Gucht besloot de groep herop te richten in 1968. Bijna 30 jaar zal hij de groep leiden, regisseren, organiseren en zal hij zelfs de huisauteur en huisregisseur zijn. De toneelgroep zou ook gastvoorstellingen geven, sommige zullen oplopen tot een tiental, vijftiental voorstellingen in parochies en gemeenten rond Wetteren. Gaston Van der Gucht werd als voorzitter opgevolgd door Jos Van den Bossche, zijn secretaris en organisator, zijn beste acteur en medewerker van het eerste uur. Deze werd op zijn beurt opgevolgd door Hugo Fransaert, de huidige voorzitter, die er ook bij was bij de eerste opvoeringen van de nieuwe ploeg in 1969. Hij leidt nu de toneelgroep in moeilijke omstandigheden (verlies van onze eigen zaal) en volmaakt de lijst van honderd jaar.

In september 2015 richtte Zucht naar Kunst een jeugdafdeling op: De Pagadders. Elk jaar brengen onze jeugdige spelers één voorstelling op hun maat. Daarmee speelt ZNK elk jaar drie producties: het jeugdtoneel, het rerum novarumntoneel, en het kermistoneel.